Het ontstaan van poffertjes

Poffertjes kennen we allemaal en zijn ontzettend lekker, maar dit gerecht is al heel erg oud, het was er al sinds 1720. Het is ook niet gek om te bedenken dat dit heerlijke gerecht al zo lang bestaat, want wie lust er nou geen bordje vol met poffertjes die versgebakken zijn, warm en een klontje boter met wat poedersuiker? De lekkerste poffertjes zijn vers gebakken. De lekkerste poffertjes hebben de beste ingrediënten en worden gebakken door de mensen met veel ervaring als het gaat over het bakken van de poffertjes.

Afkomst van poffertjes

Poffertjes komen oorspronkelijk uit Frankrijk, waar de Franse kloosterbroeders de poffertjes bedachten in de tijd van de Franse revolutie. Tijdens de Franse revolutie legde Napoleon beslag op bijna al het meel in het land, dit deed hij om zijn leger te eten te geven. Doordat Napoleon dit deed kwam er een tekort aan meel in het land, zo konden er geen hosties meer gemaakt worden voor de kerk. Dus er moest geëxperimenteerd worden met het meel. Wat hebben ze gedaan? De kloosterbroeders hebben het gewone meel gemengd met boekweitmeel, hier is het poffertje uit ontstaan.

Maar hoe is het poffertje dan in Nederland terecht gekomen? Dat is heel simpel te beantwoorden, dit kwam via de kermissen en marskramers die vanuit Frankrijk steeds dichterbij Nederland kwam en uiteindelijk Nederland bereikte.

De naam ‘poffertjes’

Wij kennen ze nu als poffertjes maar de originele benaming voor dit gerecht was broedertjes. Eerst werd er nog geen koperen plaat gebruikt om poffertjes te maken, maar toen de koperen platen gebruikt werden, ging het beslag ‘poffen’, en zo is de naam veranderd. We hebben allemaal wel in onze woonplaats of in de stad dichtbij, waar al sinds dat je het kan herinneren een poffertjeskraam staat. En we hebben allemaal bij zo’n poffertjes kraam gestaan om een portie te halen. Als je dan een portie hebt besteld kreeg je dit ook altijd in het bekende kartonnetje dat je bij elk poffertjeskraampje krijgt.

Poffertjes bakken

Wat heb je nodig: Een poffertjespan, vijf g suiker, 100 g bloem, één ei, twee eetlepels water, 300 ml melk, 100 g boekweitmeel, 50 g gezouten boter (gesmolten), half zakje gist (gedroogd), wat poedersuiker, 40 g boter, roomboter, verse jam en/of aardbeien, kom, mixer of garde en een lepel.

Stap 1. Om te beginnen gaan we de gist en suiker mengen. Roer de gist door wat water en zorg ervoor dat deze goed oplost. Roer dan de suiker door het mengsel heen en laat het mengsel ongeveer 10 minuten staan.

Stap 2. Dan gaan we nu de bloem en het meel zeven. Pak een zeef en een kom, hierin zeef je de bloem en het meel in de kom. Je kunt hier voor de smaak nog wat zout aan toevoegen. Als de gezouten boter gaat gebruiken is dit niet meer nodig. Dan maken we een kuiltje in de kom.

Stap 3. Nu gaan we een glad beslag maken. In de kom waar je een kuiltje hebt gemaakt gieten we nu het gistmengsel in, voeg hier nu ook rustig de melk aan toe. Dit doe je steeds in kleine stapjes en meng de melk steeds weer door het meel en de bloem. Tot slot moeten we het ei door het mengsel heen roeren en gebruik de garde of mixer om het glad te strijken. Zorg ervoor dat alle klontjes uit het beslag zijn.

Stap 4. Dan nu de poffertjespan gereed maken. Zet de pan op een matig vuur en smeer met boter de kuiltjes in. Je kunt er hiervoor ook kiezen om vloeibare boter te gebruiken. Je moet ook de randjes om de kuiltjes insmeren.

Stap 5. Dan nu de poffertje bakken. Vul nu alle kuiltjes tot de helft met beslag. Er is niet meer nodig. Wacht tot de poffertjes van boven af droog zijn, dan moet je ze nog een keer omdraaien met een vork.